Spoedgeval?

Spoedgeval?

bel 014 85 95 95 (24/7)

Algemeen onderzoek

Een algemeen onderzoek geeft de dierenarts een beeld van de algemene toestand van het dier.
De dierenarts zal dikwijls een lijst vragen stellen over het dier. Dit is niet om het baasje op de rooster te leggen, maar om een boel informatie te weten te komen die van belang kan zijn bij het onderzoek. Onze harige vrienden kunnen zelf niet aangeven waar het om gaat! De baas zal moeten helpen om zoveel mogelijk gegevens in te winnen. Hoewel het vervelend kan lijken, is het voor de dierenarts van groot belang dat de baasjes goed meewerken.

De 3 belangrijkste parameters van het eigenlijk onderzoek zijn:

  • De ademhalingsfrequentie
  • De hartfrequentie of pols
  • De lichaamstemperatuur

Ademhalingsfrequentie

Het zal niet opvallen dat de dierenarts de ademhalingsfrequentie heeft gemeten. Door ervaring is in een oogopslag dikwijls duidelijk of het al dan niet om een normale ademhaling gaat. Het is de eerste stap in het algemeen onderzoek omdat het door stress wordt beïnvloed. Het dier zal immers door de situatie stress krijgen. Bij kleine dieren en vogels verloopt de ademhaling zeer snel. Met open bek ademen is net zoals bij zoogdieren een vorm van hijgen.

Enkele ademhalingsfrequenties (per minuut):

  • Hond: 10-30
  • Kat: 20-40
  • Konijn: 35-65
  • Muis: 90-180
  • Rat: 80-150
  • Cavia: 60-110
  • Chinchilla: 40-120
  • Bij vogels sterk variërend van soort tot soort

Hartfrequentie

De hartfrequentie wordt meestal gemeten door het beluisteren (ausculteren) van het hart met de stethoscoop. Een andere mogelijkheid is het voelen van de pols. Bij hond en kat aan de binnenkant van de bil, bij kleinere dieren door het beluisteren van het hart. De hartslag bij deze laatste is zo snel dat het moeilijk te tellen is. Bij vogels kunnen we de pols voelen aan de onderkant van de veugel.

Enkele hartfrequenties (per minuut):

  • Hond: 60-120
  • Kat: 120-180
  • Konijn: 200-300
  • Muis: 300-650
  • Rat: 260-450
  • Cavia: 250-300
  • Chinchilla: 100-240
  • Bij vogels sterk afhankelijk van soort én geslacht!

Lichaamstemperatuur

De lichaamstemperatuur wordt bij dieren steeds rectaal genomen! De thermometer moet voorzichtig diep genoeg ingebracht worden. Alle andere meetplaatsen zijn zinloos. Voor uw dier zijn er fijnere dingen, maar ook hier krijgen we belangrijke informatie! Het is van het grootste belang in het verdere onderzoek en de behandeling om te weten of de temperatuur verhoogd of verlaagd is. Een verlaagde temperatuur komt o.a. voor bij onderkoeling, shock, doodstrijd,… Als de temperatuur stijgt kan dit wijzen op koorts, oververhitting, stress, weefselafbraak (bijvoorbeeld t.g.v. tumorale processen). De lichaamstemperatuur van zoogdieren is ook weer diersoortafhankelijk en ligt hoger dan bij de mens. De normale temperatuur bij de hond is ongeveer 38,7°C. Bij jonge dieren ligt de lichaamstemperatuur hoger. LET OP: het is steeds aan de dierenarts om de gegevens te beoordelen! Koorts bijvoorbeeld kan in sommige gevallen gemaskeerd worden, waardoor de lichaamstemperatuur toch niet als verhoogd wordt gemeten.

Enkele normale lichaamstemperaturen (°C):

  • Hond: 38-39
  • Kat: 38,5-39
  • Konijn: 38,5-40
  • Muis: 37-38
  • Rat: 37-38
  • Cavia: 37-40
  • Chinchilla: 37,5-39,5
  • Vogel +/- 42 en afhankelijk van leeftijd, grootte en geslacht!

De volgende stappen…

Slijmvliezen

De slijmvliezen geven een idee over de circulatie. Zowel het tandvlees als de binnenkant van de oogleden zijn plaatsen waar we de slijmvliezen kunnen beoordelen. Hier zitten de capillairen onmiddellijk aan de oppervlakte. Bij een gezond dier zijn de slijmvliezen mooi roze. Is de kleur lichter dan anders tot bijna wit dan kan dit wijzen op o.a. bloedverlies (inwendig of uitwendig), bloedarmoede, shock,… Worden de slijmvliezen blauw dan is dit een zeer ernstige toestand die op zuurstoftekort wijst. In veel gevallen komt alle hulp dan te laat! In sommige gevallen zullen de slijmvliezen donker rood worden o.a. bij koorts. (We zien het soms ook bij honden die fel aan de leiband trekken.)

Turgor

De turgor helpt de dierenarts om de hydratatietoestand in te schatten. Als een dier uitdrogingsverschijnselen heeft dan worden eerst de slijmvliezen (in de mond) droog. In een vergevorderd stadium zal de elasticiteit van de huid verminderen. Dit is een toestand waarbij het dier sterk is uitgedroogd! Bij jonge dieren die blijven braken en/of diarree hebben, kan uitdroging na 1 à 2 dagen optreden. Als ze dan ook nog stoppen met drinken, zal de toestand snel verslechteren. In zulde gevallen is een infuus (baxter) nodig tot de toestand gestabiliseerd is.

Lymfeknopen

De lymfeknopen zitten verspreid over het lichaam. Sommige zijn normaal te voelen, andere voel je enkel indien er problemen zijn. Verdikte lymfeknopen komen dikwijls voor bij infectie (denk maar aan de opgezette ‘klieren’ in de keelstreek bij een keelontsteking), maar soms ook bij leukemie…

Een algemeen onderzoek dient steeds uitgevoerd te worden door de dierenarts. Hij/zij kan alles in de context bekijken en daar besluiten uit trekken. Indien nodig beslist de dierenarts tot verdere onderzoeken (bijvoorbeeld onderzoek van hart, longen, maag-darmkanaal enz…).

Back to top