Nutsdieren
Geschiedenis
In 1976 is de dierenartsenpraktijk die aan de grondslag ligt van Dierenkliniek Venhei opgestart door dierenarts Guido Boone. Deze is zelf afkomstig van een vleeskalverenbedrijf in West-Vlaanderen dat opgestart is in 1959, dus het prille begin van de vleeskalverenhouderij. Afkomstig van een onafhankelijk witvleesbedrijf waar ook handel werd gedreven in kunstmelk en nuchtere kalveren spreekt het voor zich dat tijdens zijn studies vooral de geneeskunde van de kalveren zijn interesse trok. De vestiging van een dierenartsenpraktijk in 1976 in de Kempen en de snelle uitbreiding van de praktijk ging ook samen met de enorme groei die deze tak van de intensieve voedselproductie genomen heeft in deze streek van Vlaanderen.
Vanaf de beginperiode is gestart met een diergeneeskundige begeleiding waarbij de witvleesbedrijven vanaf de opstart van de kalveren gedurende de vijf eerste kritische weken tweemaal per week werden bezocht en waarbij in samenspraak met de vertegenwoordigers van de integratoren de nodige sanitaire en therapeutische maatregelen werden genomen.
Deze manier van werken heeft sindsdien enkel aan belang gewonnen mede door het verdwijnen van de vrije mesterij en het professioneler werken van de grotere integratoren. Tengevolge van de strengere controles door de overheid als gevolg van verschillende voedselcrisissen is het belang van de sanitaire en therapeutische verantwoordelijkheden van de praktiserende dierenartsen zeer sterk toegenomen, mede door de evolutie van de consument naar een kritisch bewuste klant op het gebied van voedselveiligheid en diervriendelijkheid. Deze manier van werken heeft in grote mate bijdragen tot het goede imago die deze Vlaamse sector heeft opgebouwd bij de consument, de overheid en ook de rest van de Europese landen.
Werkwijze
Alle vleeskalverenbedrijven waar nuchtere kalveren worden gebracht, worden gemeld door de eigenaars. Daarop wordt gestart met een klinische controle tweemaal in de week van alle kalveren in deze stallen. Deze controle wordt uitgevoerd in het bijzijn van de houder van de dieren. De zieke dieren worden individueel behandeld door de dierenarts en er wordt advies verstrekt voor de volgende dagen. Indien noodzakelijk wordt ook een algemene behandeling ingezet. Deze werkwijze wordt gedurende de eerste vijf opstartweken gevolgd. Na ieder bezoek wordt contact genomen met de eigenaar-integrator of zijn vertegenwoordiger om overleg te plegen en technische correcties van voeding, huisvesting of dierenwelzijn die zich opdringen te bespreken.
Eenmaal de kalveren de leeftijd van vijf weken hebben bereikt, komen er nog weinig sanitaire of ziekteproblemen voor. Na deze leeftijd worden bezoeken enkel nog op afroep uitgevoerd voor individueel zieke dieren of een uitzonderlijk groepsprobleem en worden de kalveren opgevolgd tot volledige genezing.
Bloed prikken witvleeskalveren
Beschouwingen
De productie van wit kalfsvlees vergt een zeer doorgedreven opvolging van de spierkleur van kalveren. Enerzijds hebben we het feit dat kalveren met te witte spierkleur automatisch ook lijden aan bloedarmoede wat de eetlust en de groeiprestaties remmen. Verder hebben we de Europese normen die opleggen dat het hemoglobinegehalte van kalveren bij het slachten 7,5 gram% moet bedragen. Anderzijds hebben we het gegeven dat kalveren die te rood zijn een vleeswaarde hebben die tot 1,25 euro per kilogram vlees bedraagt omdat dit niet geschikt is voor de exclusieve markt van wit kalfsvlees.
Om dus de Europese normen te respecteren en ook de groei te optimaliseren worden tijdens de productieperiode van kalfsvlees metingen gedaan en wordt door middel van ijzer toediening een extreme witte kleur en bloedarmoede tegengegaan.
Werkwijze
Door middel van een oorpunctie worden enkele microliters bloed gewonnen in een capillair van 10 microliter. Dit capillair wordt daarna in een kleine cuvette gebracht met een inhoud van 1 milliliter reagens en geschud.
Intussen wordt het levensnummer van het dier ingescand zodat achteraf de waarde van ieder dier individueel gekend is. De cuvette wordt ingebracht in een verzamelring waar in totaal 35 cuvettes in passen. Na het bloed nemen en inscannen van de 32 kalveren wordt de verzamelring in een 'sampler' gebracht die ingebouwd is in een busje dat ingericht is als rijdend laboratorium. Terwijl de volgende verzamelring wordt gevuld worden de metingen in het rijdend labo uitgevoerd door middel van een fotometer die het hemoglobinegehalte van het bloedstaal bepaalt en doorgeeft aan een computer die deze waarden rangschikt per dier en individueel het gehalte ijzer bepaalt dat per dier moet worden toegediend om dit niet in bloedarmoede te laten komen en toch nog wit vlees te laten produceren.
Deze werkwijze heeft verschillende voordelen tegenover bloedstaalname via de nekvene doordat één helper voldoende is bij de bloedname.
Verder is de manipulatie van het kalf hierbij tot een minimum beperkt zodat stress wordt voorkomen.
Een derde voordeel is het feit dat de bloeduitslagen direct gekend zijn alsook de ijzertoediening die moet gebeuren. De toediening van ijzer kan zo gebeuren onder begeleiding van onze dierenartsassistenten die het risico van shock tengevolge van ijzer zoveel mogelijk beperken.
Een laatste voordeel is dat na het afwerken van een volledige stal de resultaten met de eigenaar of met de vertegenwoordiger direct kunnen gecommuniceerd worden zodat de te nemen maatregelen nooit worden uitgesteld of te laat komen.
- Wil De Kort
- Bob De Schutter
- Thijs Anthonissen
- Carl Couwenberghs
- Sus Noyens
